Met het zoemende geluid van de motor op de achtergrond zie ik Nederland aan mij voorbij trekken. Ik zit in de trein en kijk uit het raam. Een heerlijk herfstzonnetje heeft besloten zijn stralen op mij te richten. Loomheid neemt bezit van me. Achterover geleund op de oranjeleren banken werp ik snel een blik op mijn medepassagiers. De man naast me is verdiept in zijn krant. De vrouw voor me luistert muziek en ergens achterin de coupé vertelt iemand zijn belevenissen aan zijn reispartner. En ik? Ik denk. Ik denk aan dingen waar ik al veel eerder aan had willen denken. Het feest van de vorige avond op mijn kamer in Groningen, het concert van Pete Murray en mijn hoogleraar Oude Geschiedenis, die mij weer wist mee te slepen naar tijden die velen vergane glorie noemen. Diep in gedachten merk ik niet dat de conducteur naar mijn kaartje vraagt. Wanneer ik vlak naast mijn oor ineens een duidelijk "mejuffrouw" hoor, draai ik mijn hoofd verbaasd in zijn richting. "Laat geworden gisteravond?" Inderdaad. Ik geef hem mijn kaartje en na een vriendelijk knikje vervolgt hij zijn weg. Ik kijk naar de wolken en de blauwe lucht. Ik hou van die wolken. Ik hou ook van schilderijen met blauwe luchten. Mijn oogleden worden zwaarder en in een roes zie ik gedachten uit het heden en verleden met elkaar versmelten. Vlak voordat ik daadwerkelijk naar dromenland vertrek word ik door het geluid van een gammele microfoon naar het heden terug getrokken. "Passagiers voor de richting Amsterdam worden verzocht hier over te stappen." Snel pak ik mijn spullen en loop de trein uit. Met beide voeten op het station voelt het alsof ik terug word gezogen naar de wereld van vandaag. Naar het heden. Het nu.
