Renske Jonkman (1981) gaat met haar billen bloot in Zo gaan we niet met elkaar om. Door de ogen van Hazel lezen we een intiem autobiografisch portret over het hebben van een schizofrene broer. Vooral wanneer Hazel jong is, is het boek prachtig. Hazel zou zelf ook willen dat ze nooit oud geworden was.
Bijzonder team
Hazel is dol op haar broer Jaris. Ze hebben een geheime taal en tekens en vormen een team. Samen houden ze er van om dieper na te denken over zaken en de wereld te snappen in plaats van te ondergaan. Hazel adoreert alle wijsheden die haar kant opgeslingerd worden. “Volgens hem is communisme een geloof. Soms voert hij de eendjes om ze te leren dat ze altijd alles eerlijk moeten delen.” Wanneer Jaris in de puberteit komt, vindt Hazel het lastig dat het niet meer zo vanzelfsprekend is dat Jaris zit te wachten op een vriendschap met zijn zusje. Haar broer begint dingen te roepen over de Bijbel en heeft vaker ‘wolken in zijn ogen’. Hazel snapt de waarheid van Jaris niet meer.
Onbevangen
Jonkman gaat op vertederende manier met de billen bloot. Hoe Hazel het wegglijden van haar schizofrene broer beleeft, is intiem en tragisch. De bril van de jonge Hazel waardoor Jonkman ons laat kijken is bijzonder scherp. Het meisje is opgewekt, gevat en zeker niet van Lotje getikt. Ze wil haar broer niet veroordelen. Met de onbevangen schaamte van een kind, die pijn doet als Jonkman hem op je overdraagt, ondergaat ze alles. Hoe is het als je broer buiten in regen rondkruipt als een hond? Als de radio tegen hem praat? Hazel wíl hem dolgraag geloven en ziet dat Jaris het meent.
Stickers
Parallel aan de kleine Hazel, loopt het verhaal van de in Amsterdam studerende Hazel. Het heden is een stuk minder sterk geschreven. De ik-zit-zo-in-de-knoop-dat-ik-niks-anders-hoef-te-doen-dan-neuken-en-drinken trek overheerst. Haar twee vrienden Das en Keizer lijken weggelopen uit een boek van Ronald Giphart. Hazel is passief, gaat vreemd en doet verder niks. Ze staat stil en is op zoek naar haar broer. Jonkman slaagt er niet in lagen aan te brengen in het oudere personage. Jaris en Hazel horen bij de gewone familie Friedland uit Heerhugowaard: een moeder, vader en nog een lichamelijk gehandicapte zus Mensje. In vergelijking met het kleine ‘Hazelnootje’ zijn haar oudere zelf, ouders, zus en scharrels slechts platte stickers. De opbouw van het boek is tot tweederde prachtig. Kleine subtiele tekens laten doorschemeren dat het volledig misgaat met Jaris. Maar dan wordt de clue weggegeven en is er geen reden meer om nog verder te lezen. De laatste twintig à dertig bladzijdes zijn daardoor ook niet om doorheen te komen.
Gelezen: Zo gaan we niet met elkaar om door Renske Jonkman
Verschenen bij Nijgh en Van Ditmar, juli 2011
