Motel Mozaique bestaat alweer tien jaar als Rotterdams kunstenfestival. Eén van die kunsten is elk jaar weer een trekpleister waarvoor muziekliefhebbers met plezier een reis naar Rotterdam afleggen. De Motel Mozaique-programmering van dit jaar vraagt echter om keuzes: welke grote en kleine acts gaan we zien? Verslagen van MM zijn dus per definitie slechts "een kleine greep uit", maar over het festival zeg je na aflooop wel tevreden: "Goede Motel gehad."
De vrijdag
The Irrepressibles
Met een optreden van The Irrepressibles wordt MM2010 afgetrapt. De band staat bekend als `performance orchestra´ en dat belooft een feest voor het oog. Zanger Jamie McDermott staat tussen meerdere spiegels (de debuutplaat heet niet voor niets Mirror Mirror), waardoor je aan het begin niet zeker weet of hij zelf naar het publiek kijkt of dat het een strategisch geplaatste spiegel is en zijn spiegelbeeld. Dat McDermott goed bij stem is, is zwak uitgedrukt. In één uithaal kan hij zijn stem buigen van sterk mannelijk naar frivool vrouwelijk. De muzikanten dragen bij aan de ´voorstelling´ door met ingestudeerde bewegingen mee te deinen met de muziek. Hun verschijning en de aankleding van het podium neigen naar een gothic-achtige sfeer, maar dan theatraal groots en met een knipoog. Hetzelfde kan gezegd worden over de de pop/orkestmuziek die ze maken. Bij vlagen wordt het wel heel bombastisch en doet het denken aan een musical, maar dat zijn uitzonderingen. Bijzondere act met zeer bijzondere frontman en een veelbelovend begin van dit festival.
Mumford & Sons
Niet iedereen die Mumford & Sons wil zien kan de grote zaal van de Stadsschouwburg in. Een MM-medewerker krijgt via de portofoon te horen dat er nog 21 de zaal in mogen, en daarmee blijven er een hoop teleurgestelde bezoekers achter. De grote interesse voor deze act komt zeker door de lovende kritieken die de band kreeg voor hun debuut Sigh No More (2009). De band begint meteen heftig met de bassdrum en dat is een stevige binnenkomer. Precies het opzwepende folkrockgeluid waar het publiek naar verlangde. Jammer is dat de band de bassdrum-truc misbruikt: werkelijk geen enkel nummer van de set wordt zónder gespeeld. De vier muzikanten benadrukken meerdere malen hoe fijn ze het vinden dat we allemaal gekomen zijn. De springende voorste rijen verraden een wederzijds genoegen, maar met zo´n eenzijdige show kan niet iedereen overtuigd worden.
Admiral Freebee
De Vlaming Admiral Freebee heeft de reputatie er nogal een spektakel van te maken. Raggend op zijn gitaar wordt de set gestart. Daarmee word je overigens meteen op het verkeerde been gezet, want het optreden varieert van alle kanten. Dan weer zingt Tom Van Laere een rustig pianonummer voor zijn opa ("Fly Me to the Moon was zijn lievelingsnummer, en ik heb toen geprobeerd zoiets te maken."), dan weer schreeuwt hij het uit of propt hij er mini-sketch in over zijn psychiater. Pop- en rockliedjes in alle kleuren van de regenboog. Alsof dat niet fijn genoeg is, komt Van Laeren misschien wel met het mooiste citaat van twee dagen Motel Mozaique. Zich ervan bewust dat hij laat in de avond geprogrammeerd staat en dat men weleens zou kunnen lijden aan een muziek-overkill, roept hij: "Gaat het? Nemen jullie het nog niet for granted?". De avond eindigt met een handjevol enthousiastelingen op het podium die namens de rest van de zaal hun blijk van waardering geven.
De zaterdag
Fink
Het is een best een bijzondere avond voor Fink: in zaal 1 van Lantaren/Venster eindigt de Sort of Revolution-tour. Een paar jaar geleden speelde Fink al op Motel Mozaique en de band heeft sindsdien een goede band met Nederland opgebouwd. Blueberry Pancakes is een meer dan fijne opener van de set. Het kenmerkend opzwepende en opbouwende samenspel van gitaar, drums en bass wordt er perfect in samengevat. Het is Fin Greenalls soulvolle stemgeluid die net die kleine ritmische, lekker getimede zetjes geeft. Jammer genoeg is niet het hele optreden even spraakmakend. Ergens gaat er iets mis in het vasthouden van de energie en soms lijkt het alsof de muzikanten niet helemaal op één lijn zitten. Maar, geen gejank: zanger, drummer en bassgitarist staan even goed gelukkig en ontspannen op het podium en het publiek is goedlachs als Greenall tussen de nummers door wat grapjes maakt. If Only speelt Fink alleen en daar kan weinig aan mis gaan. Jammer dat de rest van de set die explosiviteit van een afsluitend optreden miste.
Lonelady
In de kleine zaal van Watt loopt de zaal beetje bij beetje leeg, maar dat is eigenlijk onterecht. Lonelady speelt een verrassend goede pop-show met een origineel geluid en een even zo originele uitwerking. Dat het publiek niet te lang wil blijven heeft waarschijnlijk te maken met het niet willen missen van Band of Horses, net daarna geprogrammeerd in de Grote Zaal. Lonelady heeft iets eigenzinnigs, zowel in haar voorkomen als wat ze ten gehore brengt. Toffe synth-geluiden, sterke zang, scherp gitaarspel en een subtiele jaren ´80-feel. De liedjes zijn stuk voor stuk gave, gevarieerde pakketjes. Een onbekende buurman zegt terecht tegen zijn vriend: "Als het publiek niet zo in het donker stond en het wat meer op een dansvloer leek, dan zou hier nu heel goed op gedanst kunnen worden." Lonelady is niet de bekendste naam uit het programmaboekje, maar zo´n optreden is de perfecte manier om snel te gaan zoeken naar de letter L in de platenbak.
Band of Horses
MM2010 heeft Band of Horses weten te strikken voor hun enige Nederlandse show, en daar maken de bezoekers gretig gebruik van. Everything All the Time (2006) maakte iedereen al laaiend enthousiast en Cease to Begin (2007) deed daar niet voor onder. Band of Horses overtuigt zowel met rustige folk als stevige countryrock liedjes. Ben Bridwell is een behoorlijk charismatische frontman en ook de rest van de band is simpelweg goed. De show zit strak in elkaar, foutloos zou je kunnen zeggen (op het vergeten van de tekst van een couplet na, opgemerkt door een scherpe luisteraar), maar wordt nergens statisch of expressieloos. Naast de bejubelde oudere hits komt er ook nieuw werk voorbij dat evengoed kan rekenen op dankbaar gejuich uit het publiek. Goed optreden, punt uit. En de komende plaat, die wil iedereen nu natuurlijk ook.
Hudson Mohawke
In de latere uurtjes programmeert Motel Mozaique voornamelijk de DJ-acts, en daar is Hudson Mohawke er één (van de velen) van. Vergeleken met de rest is de Schot Ross Birchard jong, maar dat zegt niets over zijn prestaties. In zijn set klinken veel hiphop-invloeden door, maar uitstappen naar minutenlange elektronische soundscapes worden ook niet geschuwd. Op het podium staat naast HudMo zijn sidekick, die de bezoekers toeroept en benadrukt dat we de zojuist gehoorde beat nooit meer gaan vergeten. Vergeten of niet, het publiek danst uitbundig en dat is het belangrijkste. Onbegrijpelijk is wel dat Birchard om de twee/drie tracks de set even stil laat vallen. De DJ van tegenwoordig lijkt, net als popsterren, ook tussen de nummers door even te willen genieten van het enthousiasme van het publiek.
Met bovenstaande wordt "een goede Motel" afgesloten. Iedereen heeft zijn eigen route gelopen, gezien wat er op zijn verlanglijstje stond en met een beetje geluk ook nieuwe acts ontdekt die toevallig op zijn of haar pad kwamen. Volgend jaar weer.
Motel Mozaique, gezien op 9 en 10 april 2010 in Rotterdam.
Meer informatie: motelmozaiqe.nl
