Een boek over boeken, een verteller over vertellingen. In Kus me, straf me schrijft Marja Pruis over de schaamte en de intimiteit van het schrijven, over boeken die een leven veranderen en over de spanning van het lezen. In de rol van schrijver, criticus en lezer creëert ze een combinatie van literatuurbeschouwing, fictie en non-fictie.
Persoonlijk
Marja Pruis schrijft bevlogen en vol interesse over de boeken die ze zelf las: in haar jeugd, tijdens haar redacteurschap, en als criticus van collega-auteurs. De interesse en bevlogenheid die van het boek spat, zorgen ervoor dat je eigen moet-ik-nog-lezen-lijstje exorbitant groeit. Tegen de tijd dat je op bladzijde 80 bent, is je lijstje zo lang dat je voor de komende zes zomervakanties genoeg leesvoer hebt verzameld.
Vrouw
Het eerste onderwerp in het boek is de vrouw: vrouwen die wel of niet schrijven, vrouwen met twijfels over hun kunnen. Het is een opvallende invalshoek voor Marja Pruis – het boek roept direct een soort feminisme over zich af. Zonde, want de beschouwingen zijn interessant. “Vrouwen zorgden voor leesvoer, mannen voor de real stuff” is een van de meningen die in het stuk naar voren komen. De beschouwing over een vermeende ‘vrouwelijke schrijfstijl’ is herkenbaar en diepgaand. Persoonlijke inkijkjes in het leven van Marja zorgen voor een luchtigheid in het boek.
Breed
Kus me, straf me bevat een aantal stukken die eerder gepubliceerd zijn in De Groene Amsterdammer. De beschouwingen blijven actueel omdat Marja zich met name richt op gevestigde namen: bijvoorbeeld Couperus, Hella Haasse en Rosenboom. Het is verfrissend dat ze zich niet beperkt tot de Nederlandse literatuur, maar ook durft te verwijzen naar buitenlandse schrijvers. Leerzaam voor studenten Nederlands die ook over de grens kijken.
Gelezen: Kus me, straf me – Marja Pruis. Uitgegeven door Nijgh & Van Ditmar, 2011
