Regisseuse Frances Sanders over een jurk en een wereld die in brand staat

In haar prachtige woning met hoog plafond en veel zonlicht, spreek ik met Frances Sanders over het belang van relativeren en de kern van waar theater over gaat. Al op zesjarige leeftijd was Frances bezig met het maken van toneelstukjes. Toen was het nog in de garage, later met haar eigen groep Het Pro Theater om uiteindelijk in het Amsterdamse Bostheater terecht te komen. Hier regisseert zij al jaren, van Shakespeare tot Goldoni, in weer en wind.

Van acteren naar regisseren
Op achttienjarige leeftijd begon Frances aan de acteursopleiding in Amsterdam. “Ik wist eigenlijk nog niet zo goed of ik nou wilde spelen of maken.” In de loop der tijd is het maken steeds meer op de voorgrond getreden. “Ik was zo’n actrice die het repeteren heel leuk vond, maar na vier keer spelen had ik het wel weer gezien. De controle en het overzicht dat je hebt als regisseur, dat iets gewoon goed in elkaar zit, daar houd ik van. Ik ben echt een puzzelaar en een enorme detective fan.”

Een klein decor op een zompige grasmat
“Ik ben er eigenlijk per ongeluk terecht gekomen. Niemand kende het Amsterdamse Bos. Het lag gewoon tien jaar lang braak. Er waren illegale houseparty’s. En, als ik de taxichauffeurs moet geloven, pitbull gevechten.” Door haar enorme voorliefde voor het groteske theater moest ze al snel op zoek naar niet reguliere locaties om haar dromen te kunnen waarmaken. “Jonge makers zijn bijna veroordeeld tot de kleine zaal, gewoon omdat er geen geld is. Dan ga je al snel alleen maar denken in één of twee acteurs en een oude bank”. Maar Frances was geïnspireerd door Shakespeare, door Molière en door Brecht: theater met veel spelers dat de kleine zaal uitknalt. Met de bedoeling om één voorstelling te maken kwam ze in het Bos terecht. “Die eerste voorstelling speelden we vier keer. Met elke drie minuten een vliegtuig dat overraasde en een veel te klein decor op een zompige grasmat. Ik dacht: hier kan ik groots gaan uitpakken!“

De magie van het Bos
Volgens Frances word je in het Amsterdamse Bos voortdurend geconfronteerd met het feit dat je theater maakt. “Er komen vogels en vliegtuigen over, het wordt langzaam donker en mensen trekken een fles open. De theatrale illusies worden voortdurend weer doorbroken. Toneel is natuurlijk een heel raar vak. Ik trek een bloemetjesjurk aan en ik zeg dat ik mevrouw Jansen heet, en jij weet dat het niet waar is en je betaalt toch vijftien euro om dat twee uur lang te geloven. Die afspraak tussen publiek en spelers is altijd aanwezig. Dat houdt het actief. En het maakt dat elk verhaal dat je daar vertelt automatisch een metafoor wordt.”

Een eindeloze vlakte
Dit jaar regisseert Frances, voorlopig voor het laatst, de grote bosproductie De Laatste Zomer. Een samensmelting van vijf stukken van Carlo Goldoni. Allemaal gaan ze over de oppervlakkige dingen van het leven, die voor die mensen van levensbelang zijn. “Ik wilde een stuk maken over het feit dat wij onze identiteit op dit moment heel erg ophangen aan succes. Dat vind ik een soort ding van deze tijd. Iedereen moet tegenwoordig de top bereiken. Maar wat niemand zich schijnt te realiseren, is dat als we met z’n allen aan die top zitten, er geen top meer is. En waarom is dat zo ontzettend belangrijk? Het betekent dus dat er van de duizend mensen er negenhonderdnegenennegentig losers zijn. Zinloze levens? Dat is een soort idiotie die we onszelf aanpraten.” Deze vragen zijn ook terug te vinden in De Laatste Zomer.“ De wereld staat in brand, maar het belangrijkste voor dat personage is haar jurk!

Gesproken met: Regisseuse Frances Sanders
Kun je kennen van: Het Pro Theater, De Laatste Zomer
Meer info vind je op: www.bostheater.nl

De voorstelling De Laatste Zomer speelt nog t/m 6 september in het Amsterdamse Bos.

Leuk artikel? Deel het met je vrienden!

Geef een reactie